|
- 3 april 2007 -
Naïrobi is een wereldstad van formaat. Een stad zo bomvol dat ze een droom en nachtmerrie tegelijk is. Taxi's, bussen en matatu's manoeuvreren kriskras door elkaar heen, meestal hardnekkig achtervolgd door een verstikkende pluim uitlaatgassen en kleurrijk beschilderd met leuzen als ‘God is great', ‘No bread for lazy man' of ‘Don't die unless you're a Muslim'. Tja, ook in Afrika is vrijheid van meningsuiting een groot goed.
Er is herrie, smog en er zijn torenhoge wolkenkrabbers. Overal mensen, slenterend over straat, zich haastend over het zebrapad, wachtend bij de bushaltes. Er zijn markten vol kleuren, geuren en vooral souvenirs. Er is oude charme en hippe vernieuwing. Moderne shoppingmalls met boekwinkels, bioscopen en koffiehuizen. En het stikt er van de kleine restaurantjes en eethuisjes waar een hels kabaal uit sissende en stomende keukens komt, zoals het wereldberoemde restaurant ‘De Carnivoor' waar een kolossale barbecue met enorme spiezen kudu, krokodil en gemsbok – hevig rokend en geurend van oliën en specerijen – het middelpunt van culinair genieten vormt.
Voor ons is Naïrobi bijna het eindpunt, een van de laatste stops van wat een fantastische reis is geworden door dat donkere continent, Afrika. En meer nog dan anders genieten we dus van alles wat mooi en lelijk is. We maken gebruik van één van de eerbiedwaardigste apparaten ooit uitgevonden; een witte vierkante bak waar je je vuile kleding in propt zodat die er, na een kortstondige kennismaking met water, een handje zeeppoeder en een simpele druk op de knop, weer uitkomt als nieuw. We schelden op de internetverbinding die elke vijf minuten wegvalt en de pinautomaat die geen geld uitspuugt maar alleen briefjes met foutcodes. En we kopen rijpe ananassen en zoete passievruchten aan de kant van de weg terwijl we onze enkels verstuiken in het zoveelste gat.
Maar we doen meer. We regelen een container naar Rotterdam en duiken in offertes en regelgeving. We boeken twee tickets naar Amsterdam. We wurmen onszelf met gevaar voor eigen leven in een matatu, een minibusje stampvol met mensen en we gaan naar de film, naar de Masaï-markt en naar dat ene barretje waar de heerlijkste Mocca Laite's worden geserveerd.
Nog héél even sluiten we de echte wereld buiten. Nog héél even hoeven we niet te denken aan sollicitaties, verhuizingen, ziektekostenverzekeringen, files en grijs weer. En Naïrobi is een prima medicijn, een stad die bruist, die zo overweldigend is dat het geen enkele moeite kost de werkelijkheid – écht nog héél even dan - buiten te sluiten.

|