- 20 maart 2007 -

Op handen en voeten wurmen we onszelf door een grote struik met scherpe doornen. Het pad hebben we 20 minuten geleden al verlaten en de begroeiing wordt steeds dichter. Het heeft vannacht geregend dus we zakken af en toe weg in vochtige humusgrond, natte bladeren zwiepen in ons gezicht en de oneffen grond is glad en modderig. De vegetatie bestaat voornamelijk uit tropische grassen en bamboe, het lievelingsmaaltje van de berggorilla's.

Dan blijven de twee gewapende guards die ons begeleiden plotseling stokstijf staan en manen ons tot stilte. Vanachter het struikgewas horen we het gekraak van takken, ritselende bladeren en zachte bromgeluidjes. En als we ook de laatste struik bedwongen hebben, staan we oog in oog met een grote groep gorilla's. De silverback ligt slapend op zijn rug, benen wijd en armen boven zijn hoofd terwijl zijn enorme buik als trampoline voor de kleintjes dient. We maken kennis met de leden van Groep 13, een van de laatste groepen berggorilla's levend in het gebladerte van het vulkanisch gebergte op de grens van Rwanda, Uganda en DR Congo.

De kleintjes trekken de meeste aandacht, al ravottend in het struikgewas. Ze klauteren in de bomen in een poging elkaar te pakken, bijten speels in elkaars poten en tuimelen omstuimig over elkaar heen. Om zijn spel wat kracht bij te zetten, trommelt een van deze donderstenen met zijn knuistjes luidruchtig op zijn borst. Het is eerder lachwekkend dan imposant en geweldig om te zien. Af en toe kijken ze nieuwsgierig naar dat groepje vreemde bezoekers, maar als snel is hun volle aandacht weer bij het spel dat ze spelen.

De verschillende vrouwtjes van de groep kijken gemoedelijk toe. Lui liggen ze in een zelfgemaakt nest en plukken loom wat verse schuiten van de bamboe. Hun zwarte vacht glanst in het ochtendzonnetje en de lieve, grote ogen geven een zachte uitdrukking aan de bijna leerachtige snuit. Ook zij dienen als klimrek voor hun kroost en staan alles gelaten toe. Een vrouwtje dat uit wandelen is geweest, voegt zich weer bij de groep door zich vanuit een hoge boom op een flexibele bamboestok te laten glijden, die vervolgens onder haar gewicht bezwijkt en haar met veel lawaai op de begane grond aflevert.

Dan wordt de silverback, het dominante mannetje van de groep, wakker en nadat ie zichzelf eerst ‘ns uitgebreid heeft uitgerekt, hoe menselijk, gaat ie rechtop zitten en kunnen we pas goed zien wat een enorm beest dit is. De brede schouders gaan in een vloeiende lijn over in de nek en de contouren van zijn kop. Minstens net zo groot en zeker twee keer zo breed als wij verorbert hij luid smakkend een handvol groene bladeren en is totaal niet onder de indruk van de plotselinge uitbraak van klikkende camera's.

Een uurtje met deze geweldige dieren - de maximaal toegestane tijdsduur van een bezoek - kost $375 en per 1 juni zal dit zelfs verhoogd worden naar $500. Veel geld, maar de Office Rwandais du Tourisme et des Parcs Nationaux (ORTPN) besteedt het goed. Zo worden de gorilla's 24 uur per dag in de gaten gehouden, gaan er altijd gewapende guards mee tijdens een tocht (beide tegen stropers) en wordt het habitat van deze dieren beschermd tegen kwaadwillenden door het te omheinen. Van de tien groepen worden er zeven ingezet om geld te generen, door toerisme, en drie om het gedrag van deze mensapen te bestuderen. Ook het hoofdkantoor is professioneel en informatief, we worden uiterst vriendelijk ontvangen en de gidsen weten waar ze het over hebben.

Zo heeft Rwanda dus een uitstekende manier gevonden om natuurbehoud te financieren en het park in haar eigen behoefte te laten voorzien. Een flinke stap vooruit in de wereld van conservatie waar veel parken juist worstelen met dit probleem. Wij waren in ieder geval erg onder de indruk, van de prachtige gorilla's maar ook van de werkwijze van de ORTPN. Het was een bijzondere dag, een bijzondere ervaring en elke cent waard.