|
- 6 maart 2007 -
In de late namiddag vallen de lange schaduwen over de witgekalkte huizen in de smalle steegjes. Op de stoep maken twee oude mannen in djallabah een praatje, drie vrouwen in een traditionele bui-bui komen voorbij gestruind, druk kletsend en lachend, hun hoge hakken tikkend tegen de ronde keitjes waarmee de straten geplaveid zijn.
We hebben vanuit Dar Es Salaam de boot genomen en zijn aangekomen in de hoofdstad van Zanzibar - Zanzibar Stad - en volgen de wirwar van kleine straatjes tot we aan de kade van Stone Town, het oude gedeelte van de stad, uitkomen en onszelf op een terrasje laten zakken. Met de ondergaande zon op de achtergrond is de stad een levendig toneel, waar zowel traditionele taraaq als de muziek van Queen (Freddy Mercury is hier geboren) uit de barretjes klinkt, sissende barbecues de vele eetstalletjes in een zoete rook hullen en waar goedgebekte jongemannen hun verse vis en prachtig geklede Masaï hun kunstwerken proberen te verkopen.
Ook de volgende dag krijgen we nog geen genoeg van de mengeling van Afrikaanse, Arabische en Indische invloeden. Er klinken gebeden uit de moskee, de zware deuren zijn bewerkt met koperen kloppers en nagels en de afgebladderde geveltjes hebben Oosterse versieringen. De markt is een drukte van jewelste en biedt een keur aan vers fruit, hevig geurende specerijen en bontgekleurde stoffen. Het labyrint van nauwe steegjes biedt steeds nieuwe verrassingen zoals kleine winkeltjes, grappige muurteksten, vrolijk zwaaiende kinderen en vele handkarren, volgeladen met tomaten, houtskool of balen kleding. Enkele oudere, minder valide mannen sturen hun scootertje behendig door de straatjes terwijl jongemannen het nieuwste mobieltje uit de zakken van hun djallabah vissen. Overal klinkt het ‘Karibu!'. Wees welkom.
Het oude paleis van de sultan stamt uit 1883 en heeft niet meer de glorie van weleer, net als het oude fort en de Persische baden. 's Avonds doen we ons tegoed aan de traditionele chapati, een opgerolde pannenkoek gevuld met groenten, en Indische gerechten met milde curry, gebrande cashews en zachte, witte kaas. Ook de sterke, kruidige gemberthee laten we ons goed smaken.
Zanzibar staat bekend als het spice island en we kunnen een uitgebreide rondleiding over een van de plantages niet aan onze neus voorbij laten gaan. De heerlijkste geuren komen voorbij, gedroogde vanille, verse nootmuskaat en de zoete geur van kaneel. We krijgen een kijkje in de lokale keuken en krijgen een maaltijd geserveerd waar de specerijen in zijn verwerkt. Felgekleurde peperkorrels, kruidnagels, citroengras en de kleine, groene curryblaadjes.
Tot slot nemen we afscheid van dit tropische eiland, maar niet voordat we nog twee dagen genoten hebben van de witte stranden en de warme Indische oceaan. Genesteld in het zachte zand kijken we toe hoe lokale vrouwen 's morgens op zoek gaan naar schelpdieren op laag water en hoe 's middags de traditionele bootjes, dhows, voorbij komen met de wind in hun zeilen. Met het zout nog op onze huid en de zon in het gezicht nemen we de boot terug naar Dar. Zanzibar is charmant en innemend, schreeuwerig en slaperig, er is iets nieuws te zien achter elke deur en om elke hoek. Een ware streling voor de zintuigen.
 |