|
- 6 februari 2007 -
Na veertien maanden is het dan eindelijk zover. Genadeloos slaat het toe. Dat onbehaaglijke gevoel dat zo moeilijk is af te schudden. Heimwee. De knagende aanwezigheid van alles dat we missen.
Want er zijn steeds vaker dagen dat ik naar huis wil. Dat ik 't zat ben. De hitte, de vuiligheid, het stof en de armoede. Elke dag in die auto zitten. De slechte wegen, het gestuiter door potholes en geratel over wasbord. Eruitzien als iemand die al veertien maanden zwerft, kledingstukken verbleekt door de zon, verwassen en versleten.
Ik kan geen olifant meer zien. Kan met moeite nog enthousiasme opbrengen voor een prachtige waterval of mooie vergezichten. Ik haat de zoemende muggen, bijtende mieren en brutale vliegen. Ik haat de ganzen die naar m'n kuiten pikken, de kikkers in de douche en de geiten op de weg.
Ik snak naar een echt huis, naar zacht tapijt onder m'n voeten. De burgerlijkheid van een bankstel en bijpassende koffietafel. Een badkamer waar je op blote voeten kunt lopen, waar ik m'n spullen gewoon kan laten staan in plaats van steeds alles uit die toilettas te moeten grabbelen. Een keuken waar ik normaal kan koken, met vier gaspitten, een oven en een waterkoker en niet balancerend met een snijplank op schoot boterhammen hoef te smeren.
Ik ben 't zat om elke dag weer die tent in- en uit te moeten klappen. De stoelen uit de auto te halen. En ze er vervolgens weer terug in te schuiven. Elke avond opnieuw een veilige plek zoeken om te overnachten. Weggestuurd te worden omdat er geen plek is voor onze auto of zelf te vertrekken omdat het een gribus blijkt te zijn. Nieuwe mensen zijn fascinerend maar ook vermoeiend. Elke keer weer opnieuw aftasten in hoeverre iemand te vertrouwen is, of er een verborgen agenda is. Ik mis m'n vriendinnen.
En ik mis Nederland. Drop, bruine boterhammen, oude kaas en fietsen op zondagmiddag. Ik mis de Oudegracht en de buzz van ons geliefde Utrecht. Ik wil zo graag weer naar de verjaardagen van iedereen die ons lief is. Ik wil de nieuwe baby van m'n vriendinnetje leren kennen, het nieuwe huisje van m'n zwager en schoonzus bewonderen, door het nieuwe boek van m'n moeder bladeren.
Het is onderdeel van het avontuur en de milde beproeving waar we zelf voor gekozen hebben. Maar nu is het gewoon tijd. Het is mooi geweest. Ik wil naar huis.
 |