|
- 10 januari 2007 -
We ontmoeten Heike en Martin bij de Epupa watervallen in het noorden van Namibië en besluiten 2007 avontuurlijk van start te laten gaan. Gezamenlijk maken we ons op voor een tocht door het ruige Kaokoland - in het noordwesten van Namibië - waar de natuur nog onaangetast is, de wegen woest en lucht geladen met avontuur.
Het kost ons uiteindelijk zeven dagen om de route te berijden die we uitgestippeld hebben. Zeven dagen waarin we de steile Van Zijlspas bedwingen, over kale, droge vlaktes van de Mariënfluss zoeven en ons een weg banen door het sinistere maanlandschap van de Skeleton Coast, gehuld in een grijze mist en zover het oog reikt slechts stenen, rotsen en hier en daar een plukje ruw, droog gras.
De tocht doet in vele opzichten denken aan Angola. De schitterende vergezichten, de bergtoppen te midden van de verlaten wildernis en de vermoeiende ritten door steile bergpassen, met rotsen bezaaide smalle paadjes en de kilometers lange stoffige zandwegen waar helse corrugations ons doen terugverlangen naar gladde asfaltwegen. Op sommige plekken is de rivier buiten haar oever getreden en waden we tot onze heupen door het koude water om te testen of we de auto er veilig doorheen kunnen loodsen.
Verder zuidwaarts wordt het aanzien weidser en verschijnen open vlaktes, met hoog wuivend goudgeel gras en de silhouetten van enkele eenzame acaciabomen tegen de zinderende horizon. Het landschap is onwaarschijnlijk mooi, bergen variëren van kleur en gaan van oudroze naar mosgroen, afgewisseld met diepe roesttinten, inhammen worden opgevuld met het opgestoven lichtgele zand van de achterliggende duinen. Kilometers lang zien we niets dan droogte. In de ondergaande zon kleuren de zandduinen dieppaars.
We ontmoeten de Himba, een semi-nomadisch volk dat al eeuwelang weigert zich te confirmeren aan de Westerse wereld en haar gebruiken. Afgezonderd van de moderne wereld leven ze in halfronde hutten, gebouwd van buigzame takken en modder en leven van hetgeen moeder natuur en hun veestapel ze brengt. Maar het is vooral hun verbluffende verschijning die deze mensen zo uniek maakt. Traditioneel gekleed in een minirokje van vele laagjes soepel vallend geitenleer, gaan de vrouwen topless en behangen met sieraden gemaakt van metaal, leer en schelpen. Van top tot teen ingesmeerd met otjize , een mengsel van boter, as en oker heeft hun huid een diepe roodbruine kleur gekregen en zelfs hun haren, gedragen in dreads, zijn gepleisterd met dit klei-achtige parfum. Ook mannen en kinderen gaan gekleed in slechts lendedoekjes en dragen hun haren op traditionele wijze.
Maar zelfs voor onze trouwe auto, die al die 39.000 kilometer nog geen problemen heeft gegeven, zijn deze ontberingen even teveel geweest als blijkt dat de remblokjes van het achterwiel losgetrild zijn en verloren in de woestenij. Ook de stalen arm van de reservewieldrager breekt af en we krijgen eindelijk onze eerste, échte lekke band.
Maar het is het waard. Het onbeschrijfelijke gevoel wanneer je aan het einde van een lange dag, door elkaar geschud, vermoeid en oververhit een bergtop oprijdt en een van de mooiste landschappen die je ooit gezien hebt, verschijnt op je netvlies. Alle vermoeidheid glijdt van ons af als we opgaan in de vallei onder ons. En terwijl de zon ondergaat en de horizon in vuur en vlam zet, sprokkelen we wat hout, kruipen rond een kampvuurtje en laten twee blikken bonen in tomatensaus op de hete kolen pruttelen. Een handjevol knakworstjes wordt geroosterd en we delen gevieren een fles wijn. Wat een schitterende tocht. En wat een heerlijk feestmaal.

|