|
- 4 november 2006 -
In Afrika heeft iedereen verstand van haar. De vrouwen hier dragen prachtige kapsels, op de meest wonderbaarlijke manier ingevlochten en rijkelijk versierd met extensions, kraaltjes, speldjes en ‘headwraps'. Elke week iets nieuws. Elke week iets anders. En al maanden kijk ik jaloers naar die prachtige vlechtjes, die lange zwarte haren en die creatieve kapsels.
Op straat, in winkels en op de markt. Tussen de verkoop van de tomaten, het opscheppen van de rijst en het vegen van de vloer door worden haren gevlochten, uitgehaald en/of gekamd. Urenlang laten de vrouwen razendsnel de strengen haar van hun vriendin, moeder, tante of buurvrouw door hun vingers glippen. En urenlang zit ik geduldig voor me uit te staren terwijl drie vrolijk kwebbelende dames mijn haren invlechten. Want van die leuke vlechtjes, dat wil ik ook wel.
Maar niet alleen de kapsels, ook de trotse kledij van Afrikaanse vrouwen bewonder ik met open mond. Dus tja, bij een Afrikaans kapsel hoort dan ook een Afrikaanse jurk. Getailleerd, geborduurd, met bijbehorende hoofdtooi en speciaal voor mij gemaakt. Parmantig draai ik rondjes voor de spiegel en voel me steeds meer Afrikaans. Een paar extra pigmentcellen en ik zou hier geboren kunnen zijn! Maar mijn gebrek aan huidskleur wordt gelukkig ruimschoots gecompenseerd door Niels die, na weken buiten te hebben gewerkt, niet eens meer opvalt tussen de negers.
We zijn bijna een jaar weg en passen ons steeds vaker moeiteloos aan aan Afrika. We eten samen met de lokale bevolking nsima met onze handen en happen stof achterin het ‘bakkie' van de auto. Opgepropt tussen zwetende mensen, huilende babies, vastgebonden geiten of kippen en zware zakken mais. We draaien er onze hand niet meer voor om. Maar de kroon op onze integratie komt van overheidswege. Want tot onze grote verrassing en vreugde krijgen wij op 3 november een verblijfsvergunning voor Malawi toegekend. En daarmee zijn we officieel toerist-af. Met vlag en wimpel geslaagd voor de inburgeringscursus.

|