- 2 september 2006 -

Je bent een jaar of 5, gezond en vol energie. Je woont in een park, een wildlife park, kilometers van het dichtsbijzijnde dorp verwijderd. Je ouders werken hard om ervoor te zorgen dat jij en je broertjes en zusjes vanavond een bord nsima kunnen eten maar er is niet genoeg geld om ook nog eens speelgoed te kopen. Geen van je vriendjes heeft een autootje, geen van je zusjes een pop.

En terwijl je ouders werken, zwerf jij met de andere kinderen door het kamp. Een groepje kakelende kippen ontwijkt enkele goedgemikte stenen, jonge boompjes blijken veerkrachtig te zijn en voldoen als trampoline, tot ze knakken tenminste, en de vuilniszak van de blanke buren is een grote ontdekkingstocht door een leven dat jij nooit zulen leiden. Je gebruikt de lege flesjes om over te gooien, plastic bakjes om zand te scheppen en papieren wikkels worden tot voetbal getransformeerd. Van karton vouw je een masker en met houtskool teken je op de witgekalkte muren. Maar als de fantasie ten einde is en het eten op tafel komt, laat je alles uit je handen vallen en kijk je er niet meer naar om.

En zo verandert het kamp langzaam maar zeker in een afvalberg. Als ze zich niet bezig houden met rotzooi maken, besteden deze kinderen hun tijd aan het krijsend, gillend, schreeuwend en met veel theatrale uithalen vragen om aandacht. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat schalt een hoog aantal decibels door Mathiti Camp. Vluchtende kippen, kraaiende hanen, naakte kinderen die, stampend en woest huilend, proberen hun zin te krijgen en de scouts die nog even flink gas geven op hun brommers. De vrouwen nemen luid tetterend de laatste roddels met elkaar door, trachtend om hierbij zowel de mannen als de kinderen te overstemmen. Ik hoor geen vogels meer fluiten, geen eekhoorntje laat zich hier zien en de geur van zoete papaya's wordt overstegen door rottende etenswaren. Temidden van dit helse tumult staat ons kleine vrijwilligershuisje en proberen we, met de handen in het steeds grijzer wordende haar, onze hoofdpijn zachtjes weg te masseren...

Maar eigenlijk is het gewoon zielig. Deze kinderen hebben niets. Geen speelgoed, geen speelplekje, geen aandacht van hun ouders. Niemand die hier z'n kind oppakt en het eens flink knuffelt. Niemand die speelt met z'n kind, een liedje voor ze zingt of ze het alfabet leert. Tot ze naar school gaan, moeten ze zichzelf opvoeden. Zichelf bezig houden. Geen speelgoed, geen TV, geen radio, geen computer. Geen bal, geen tol, geen kleurboek. Geen wonder dat ze zich helemaal simpel vervelen.

Maar hoe combineer je speelplezier voor de kinderen met rust voor jezelf? En een schoon kamp? Niemand lijkt zich druk te maken om de rotzooi. Onze oren toeteren en fluiten. De wallen onder onze ogen hebben zich opgehoopt tot een trieste grijze massa. Het aantal uren dat wij vreedzaam op onze veranda kunnen doorbrengen, genietend van een boek, is gedaald tot een tragisch nulpunt. Tijd voor actie. Want van dit lawaai wordt iedereen wakker. Inclusief de wereldverbeteraar in ons...

>> HELP ons om een speeltuin te bouwen voor de kinderen van Mathiti!