|
- 19 augustus 2006 -
De hele dag is iedereen al druk in de weer. Kleren worden gewassen, kinderen worden geschrobd, tanden worden gepoetst. De vrouwen verenigen zich om kool te snijden, mais te zeven en eieren te koken. Twee geiten protesteren luid mekkerend tegen hun onomkeerbare doodvonnis maar een uur later is de stilte wedergekeerd en pruttelt de stoofpot vredig op tientallen kleine vuurtjes.
Vanavond is het feest. Na 3 jaar met hart en ziel in dit park te hebben gewerkt, gaat Jeannette ons verlaten om weer te gaan studeren. Een droevige aanleiding maar er hangt een uitgelaten sfeer in het kamp en iedereen heeft z'n mooiste kleren aan. Als de schemer valt, wordt de grond besprenkeld met water – tegen opstuivende stofwolken – en beginnen enkele kinderen een traditionele dans op te voeren. Ze hebben belletjes om hun enkels, raffia linten om hun middel en gooien wild hun benen in de lucht, aangemoedigd door klappende handen en de vibe van het aanwezige publiek.
Al aan het begin van de avond is de scheiding blank/zwart erg duidelijk en soms zelfs een beetje pijnlijk. Hoewel, iedereen schijnt het heel normaal te vinden. Waar wij al ruim vóór schemer met een flesje bier in onze handen staan, worden de flessen met het traditioneel gebrouwen Chibuku Skud - speciaal voor de Malawiërs ingekocht - angstvallig bewaakt door één van de vrouwen. Want laat er geen misverstand over bestaan, eerst bidden, dan eten, dan speechen en dan pas mogen de doppen van de flessen Chibuku gedraaid worden. Ook de kinderen, die met grote ogen naar de flessen limonade kijken, moeten wachten. Maar gelukkig gelden deze strenge regels niet voor ons en schenken we onszelf nog een biertje in...
Ook tijdens het eten lijkt er een strenge rangorde te gelden. De mannen, zittend op een stoel, krijgen van de vrouwen een bord met nsima (maïspap) en stoofvlees aangereikt. Daarna nemen vrouwen en kinderen plaats op enkele rieten matten op de grond en verdelen het eten dat over is. Er is geen bestek, met de rechterhand kneden ze bolletjes van de spijzen.
In de tussentijd krijgen wij, blank en zittend aan een tafel, ook ons eten geserveerd. Geen afgemeten porties op een bord maar dampende schalen verschijnen op tafel. En gelukkig ontwaar ik ook enkele messen en vorken. Niels krijgt een vegetarische schotel met ei en ik schep de stoofschotel van geit op, benieuwd naar de smaak. Geen idee wat ik opschep, het is inmiddels donker en er zijn slechts een paar olielampjes, maar het is duidelijk dat wij het beste krijgen.
Helaas, na de eerste hap doen de stevige textuur en metaalsmaak me meteen beseffen dat ik een stuk lever in m'n mond heb. En als ik om me heen kijk, zie ik ook mijn tafelgenoten een voor een de grijsbruine brokken aarzelend naar de kant van hun bord schuiven. Met een onschuldige blik in hun ogen richten ze zich uitsluitend nog tot de rijst en kool.
Een slokje Chibuku dan, om de smaak weg te spoelen? Het zurige maïsbier wordt lauw geserveerd in felrode plastic containers en is een directe aanslag op je smaakpapillen. Zelfs als je erin slaagt het goedje door te slikken, ben je nog enige tijd bezig de kleine gistbrokjes tussen je tanden uit te peuteren.
Ik sla even over. Sommige cultuurverschillen zijn nou eenmaal moeilijker te behappen dan anderen. 
|