- 3 augustus 2006 -

John Denvers ‘take me home, country roads' schalt door de luidsprekers, het zonnetje schijnt vrolijk en de kilometers schieten vlot onder de banden door. Na weken stil te hebben gezeten, voelt het goed om de dagen weer reizend door te brengen, stoffige dorpjes voorbij te zien schieten en de zoete geur van rijpe ananassen en papaya's langs de weg op te snuiven.

Het is een feest van herkenning. Rijdend langs de palmbomen waarmee Mozambique beplant is, zien we weer de vrouwen met baby's op hun rug en handelswaar op het hoofd, lachende schoolkinderen in keurige uniformpjes en kleuters die, aan de hand van hun moeder, met ‘n half opgeheven armpje zo gefascineerd staren naar het groene-voertuig-met-twee-blanken dat ze bijna vergeten te zwaaien.

De vertrouwde rode zandweggetjes zijn terug van weggeweest, net als de felgekleurde doeken waarin de vrouwen zich hullen, de baobab-bomen waaronder mannen schuilen tegen de felle zon en lokale gerechten die op een vuurtje van houtskool urenlang staan te pruttelen. Verveloze vrachtwagens en bussen zijn afgeladen met mensen, geiten en kippen.

We rijden verder en zien dorre akkertjes, bewerkt door kromgegroeide mannen en vrouwen, de spaarzame oogst op keurige stapeltjes. Koeien lopen los en doemen onverwacht uit het struikgewas op, mais, eieren en sinaasappels zijn overal langs de weg te koop.

En zodra we Xai-xai gepasseerd zijn, mogen we ons verheugen op een hernieuwde kennismaking met onze oude vrienden: de potholes. We hobbelen door kleine dorpjes en herkennen de lemen hutjes met rieten daken, de waterput waar de vrouwen zich verzamelen om water te halen en kleine kinderen die, op blote voetjes, kilometers lopen met takkenbossen of grote schalen eten op hun hoofd, vaak nog een kleiner broertje of zusje op de rug gebonden. Voettochten worden hier niet afgelast vanwege de hitte.

Maar het is niet alleen het landschap dat onze ‘oh ja!-erlebnis' voedt. Na twee maanden gebruik te hebben gemaakt van de prima uitgeruste keukens in Zuid-Afrikaanse hostels, blazen we het stof van ons eigen kookstelletje en zetten de vlam weer onder de vertrouwde Tefal-pannen.

We duikelen de DEET-spray op wanneer muggen en zandvlooien zich tegoed doen aan ons, zoeken naarstig naar het vergeten vaatdoekje om de bijna vastgeroeste tafel af te stoffen en in plaats van de veranda's en barretjes, volgepakt met backpackende jongeren uit alle werelddelen, zitten we 's avonds weer saampjes bij onze eigen tent, de duisternis verjagend met waxinelichtjes.

Toiletten hebben geen wc-papier, douches alleen koud water en marktkoopmannen nooit wisselgeld. Na twee maanden gewoon water uit de kraan te hebben gedronken, moeten we hier het water weer filteren. De gevulde flessen krijgen, vanwege de stijgende temperaturen, direct een plekje in de koelkast, waar Niels' bier het verworven alleenrecht heeft moeten opgeven.

En waar we in Zuid-Afrika twee maanden lang prima bereikbaar waren via het mobiele netwerk, is uitgerekend op de dag dat we live in ‘Weg met BNN' te horen zouden zijn, op geen enkele wijze contact te leggen met Nederland. Onze Mozambikaanse SIM-kaart laat ons in de steek, de helpdesk zet ons drie kwartier in de wacht om vervolgens plechtig te beloven het probleem uit te zoeken en terug te bellen en een landlijn is nergens te vinden. Helaas moeten we uiteindelijk verstek laten gaan.

Dus de uitspraken ‘oh ja!' en 'hoe deden we dat ook alweer?' komen deze dagen veelvuldig uit onze mond gerold. De reis door Mozambique maakt een snel groeiend verlangen in ons los om de rest van de oostkust te gaan ontdekken.