- 15 juli 2006 -

Jaloers kijkt Zuid-Afrika naar Brazilië. De ogen zijn onafgebroken gericht op dit Zuid-Amerikaanse land. Niet vanwege de kunsten op het voetbalveld, niet vanwege de swingende muziek of de schijnbaar moeiteloze samensmelting van ontelbare nationaliteiten en kleuren. Het is de aanpak van de HIV/AIDS-problematiek dat de aandacht heeft getrokken.

Geteisterd door honger, natuurrampen en politieke onrust heeft Afrika, sinds het einde van de vorige eeuw, een nieuwe aartsvijand. Van de 46 miljoen inwoners van Zuid-Afrika zijn er momenteel zo'n 5,5 miljoen besmet met het HIV-virus. Een aantal dat zo snel groeit dat begraafplaatsen een ruimteprobleem onder ogen moeten zien.

In 1994 voorspelde de Wereldbank dat in 2006 1,2 miljoen Brazilianen besmet zouden zijn met HIV of AIDS. Nu blijkt dat slechts 600.000 van de 186 miljoen Brazilianen besmet zijn met het virus, lijkt Zuid-Afrika zich te wenden tot Brazilië om te leren hoe deze heftige ommekeer gerealiseerd werd. En vooral, hoe heeft Brazilië, met het grootste aantal katholieken ter wereld, de kerkelijke lobby tegen condooms de mond weten te snoeren?

Voorlichting lijkt het Braziliaanse toverwoord. In bushokjes en op billboards. Via radio en TV. Tijdens popconcerten en voetbalwedstrijden. Elk medium wordt aangegrepen om de boodschap over te brengen. Have fun. Maar draag een condoom. En maak AIDS bespreekbaar. Door sterren zoals Ronaldo en de populaire zangeres Kelly Key in te zetten, wordt de jeugd aanhoudend gewezen op de gevaren van AIDS en het belang van veilig vrijen. Want Brazilië mag dan katholiek zijn tot op het bot, in het land van carnaval en de Copacabana is sexuele onthouding simpelweg geen reële optie.

Maar niet alleen beroemdheden dragen een steentje bij. Duizenden gemeentes zijn bereid gevonden om een belangrijk gebouw in hun gemeenschap te versieren met een enorme rood lint, het internationale symbool voor de strijd tegen AIDS. Het trekt aandacht. Het maakt de tongen los. Het maakt het onderwerp bespreekbaar.

En niet alleen op het gebied van preventie loopt Brazilië voor. De overheid verstrekt gratis medicijnen, de zogenaamde ARV's, waarmee besmette mensen langer gezond blijven. Door te dreigen met het ontwikkelen van een eigen medicijn is de phamaceutische industrie gedwongen lage prijzen te hanteren voor ARV's. Met als resultaat dat 83% van de mensen die ARV's nodig hebben, deze ook werkelijk krijgt. In Zuid-Afrika is dat 21%. En, zo redeneert de overheid, het geld dat besteed wordt aan de gratis verstrekking van medicijnen, wordt bespaard op algemene ziektekosten.

In Afrika rust een groot taboe op sex. Voorlichting over AIDS beperkt zich het ABC, onthouding (abstinence), trouw (being faithful) en het dragen van een condoom. Condooms worden wel gratis uitgedeeld, maar veelal op plekken waar alleen blanke jongeren komen. Vooroordelen over de verspreiding van AIDS en het simpelweg ontkennen van het bestaan van deze ziekte, hebben bijgedragen aan de schokkende statistieken waarmee Afrika zich geconfronteerd ziet.

Brazilië en Zuid-Afrika hebben, in termen van werkloosheid, misdaad en infrastructuur, veel overeenkomstige problemen. Problemen waar ook de Braziliaanse overheid tot op vandaag nog geen oplossing voor heeft. Des te meer reden voor Zuid-Afrika om deze aanpak van AIDS wel nauwgezet te volgen.

Acda en De Munnik zongen het al, het is een grote ziekte met een kleine naam. Misschien dat, als in 2010 het WK voetbal in Zuid-Afrika van start gaat, dit land een start heeft gemaakt om zich op meer dan alleen sportgebied te meten met de Braziliaanse reus.