|
- 22 mei 2006 -
We zijn een kleurrijk convooi, de grote gele Unimog van Tom en Janey, de blauwe - met vrolijke driehoekjes beschilderde - LaRo van Craig en Charlotte en onze eigen stoere, groene vriend. Na een korte stop in Luanda beginnen we aan de laatste 1550 km naar Namibië.
Het landschap bestaat uit dorre heuvels en droge valleien, vol cactussen en grashalmen die wuiven in de wind. De kustlijn wordt afgewisseld met kronkelweggetjes langs indrukwekkende rotsformaties die eeuwenlang door de wind zijn ge- en hervormd. Daar waar water is en dus mensen wonen, zien we weer ezeltjes en kuddes koeien grazen in de schaarse weiden.
We maken een prachtige rit van enkele dagen door de bergen, kamperen op winderige bergplateaus en maken 's avonds een kampvuur tegen de kou. Overdag is het droog en heet, 's avonds trekken we een trui aan en kruipen we vroeg onder ons dubbele dekbed.
Maar de tocht is zwaar, zowel voor de auto als voor ons. Met een recordhoudende snelheid van zes km/uur trotseren we de smalle bergweggetjes bezaaid met keien en gravel, de wielen af en toe gevaarlijk slippend. De weg is al lang weg, hellingen zijn steil, kuilen diep en de ondergrond moeilijk en steeds wisselend.
Maar Angola is prachtig en als je een baarmoederverzakking voor lief neemt en het niet erg vindt dat je nieren zich op een andere plek in je lichaam proberen te nestelen, dan is deze tocht langs de kust en door de bergen absoluut de moeite waard.
Tussen Lucira en Lubango strekt zich zelfs, totaal onverwacht, enkele kilometers glad en goed onderhouden asfalt voor ons uit. Een kleine extase die ons tot zo'n 2000 meter hoogte brengt, te midden van naald- en loofbomen in herfstkleuren. Maar na Lubango gaan we weer over op de orde van de dag: slechte wegen. Bij wijze van afscheidscadeautje trakteert Angola ons ook de laatste 400 kilometer op potholes, wasbordwegen en kapotgereden asfalt. Soms wordt de weg iets beter en kunnen we doorschakelen naar de tweede versnelling, meestal niet. Maar we houden de moed erin en - met het einde in zicht - hobbelen stug door, letterlijk en figuurlijk.
En dan, om 14:48 uur, zijn we er plotseling. De grens met Namibië doemt voor ons op, de poorten van de hemel openen zich. Voor het eerst tijdens onze reis worden we ontvangen door douaniers die achter een computer zitten, de zon schijnt en het asfalt is zo glad als een biljartlaken! En wij? Wij doen een dansje, pinken een klein traantje weg en sluiten Namibië in onze armen...
 |