|
- 14 mei 2006 -
‘Shitty, shitty, lumpy, bumpy, pathetic excuse for a road', ‘totally shocking', ‘if you find a teletransportation machine for this section, use it', ‘horrific' en ‘potholes of various shapes and sizes all over the place'.
Ziehier een korte samenvatting van hoe andere reizigers de wegen in Angola ervaren hebben. En ze hebben gelijk, de wegen zijn verschrikkelijk. Elke keer denken we ‘erger kan het niet worden, morgen is de weg vast beter' en elke keer weer wordt het tegendeel bewezen.
Pas enkele jaren bevrijd van oorlog ligt hier per inwoner nog minstens één landmijn begraven. Het land is in wederopbouw, de mensen opgelucht dat ze eindelijk in vrede leven. Het landschap wordt droger, groene heuvels veranderen in heuvels met dor, geel gras. En de aanwezigheid van cactussen en Baobab-bomen wijzen ons erop dat we definitief de tropen hebben verlaten.
Dagenlang stuiteren we van 's morgens vroeg tot 's avonds laat en leggen nauwelijks 150 km per dag af. Tussendoor staren we verslagen naar de kaart om te constateren dat we nog zo'n 2000 kilometer te gaan hebben. Twee lange, hete dagen rijden we met de ramen dicht omdat hordes tsetse-vliegen, die de gevaarlijke slaapziekte kunnen overbrengen, de aanval hebben geopend op alles dat beweegt.
Maar 's avonds, op prachtige plekjes aan verlaten stranden, genieten we van een frisse duik, een mooie zonsondergang en is alle ellende snel vergeten zodra een dampende pastaschotel en een fles koude rosé op tafel verschijnen. Morgen wordt de weg écht beter. Echt...
 |