|
- 9 mei 2006 -
De straten van Kinshasa zijn druk, vervuild en het is zeker geen stad waar je voor je plezier naar toe gaat. Op een van de drukste kruispunten, te midden van alle chaos, worden we door een driftig fluitende agent aan de kant gezet.
Druk gebarend wijst ie naar de voorkant van de auto, ‘pas de plaque, pas de plaque' schreeuwt ie boven het verkeerslawaai uit. Verbaasd stappen we uit om, nog verbaasder, te constateren dat we onze nummerplaat zijn verloren. 'Meekomen!'
‘U moet naar het hoofdkantoor en daar krijgt u $500 boete' wordt me met een grote grijns medegedeeld, ‘maar als u mij $100 geeft, laat ik u nu meteen weer gaan'. Het is warm, het is druk en een klein legioen vuile, verwaarloosde paupers staat aan m'n arm te trekken. Ik heb geen zin om in discussie te gaan, geen zin om het spelletje te spelen. Vandaag niet. Ik wil naar de ambassade, ons visum regelen en zo snel mogelijk dit land verlaten.
Dus laat ik m'n principes varen, trek $20,- uit m'n zak en stop dat, stug volhoudend dat ik niet meer heb, in de hand van de politieagent. Na enig stechelen gaat ie akkoord met deze bribe en vervolgen we geïrriteerd - maar opgelucht - onze weg.
En om nieuwe aanhoudingen te voorkomen, plaatsen we snel een stuk karton met daarop het kenteken achter de voorruit. Zo, probleem opgelost. African style...
 |