- 7 mei 2006 -

Geld wisselt van hand, bananen van eigenaar en zakken gevuld met yams of houtskool van hoofd. Als het zonnetje door de wolken breekt, gaan vele kleurrijke parasolletjes de lucht in. Vrouwen balanceren onmogelijk grote zakken of schalen eten op hun hoofd, altijd met hun baby op de rug gebonden en een peuter aan de hand. Markten in Afrika zijn een kakofonie van kleuren en geluiden. En als toeschouwer ga je volledig op in deze mierenhoop.

Er wordt gehandeld, gelachen, geruzied maar vooral veel gekletst. Er is altijd genoeg te eten, genoeg te zien. Kebabs van vlees of vis liggen hevig rokend op de grill, lokale gerechten pruttelen geduldig op een vuurtje en broodjes worden belegd met avocado, rode pepertjes, ui en ei. Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt hier verkocht. Spiraalvormig geschilde sinaasappels, gefrituurde larven, amuletten van krokodillenleer maar ook gereedschap, Westerse kleding met labels van bekende merken, gekopieerde CD's en schoolboeken.

We zijn in Matadi en kijken vanaf een bankje toe. De markt is voornamelijk een vrouwenaangelegenheid, mannen zijn wel aanwezig maar vertoeven op het naastgelegen voetbalveld. Enkelen in het veld, de meesten als toeschouwer. Af en toe vliegt er een bal over de kraampjes, tot woede van de vrouwen en hilariteit van de mannen.

Als enkele gammele auto's, afgeladen vol met cassave-bladeren of uien, moeizaam de heuvel op tuffen, drommen de vrouwen - als vliegen op stroop - om de auto's heen om de beste koopwaar te kunnen bemachtigen. Ze krijsen, duwen en trekken aan elkaars kleren. Wanneer een van de dames haar evenwicht verliest, tuimelen ze allemaal over elkaar heen, staan lachend weer op en gaan vervolgens door met schreeuwen.

En vanaf ons bankje kijken we vol verbazing toe. De dwaze dagen van de Bijenkorf zijn er niets bij.