|
- 29 maart 2006 -
In het felle zonlicht tekenen de donkere silhouetten van mannen met automatische geweren zich scherp af tegen het wegdek. In Nigeria, berucht om z'n vele roadblocks, corrupte politie en onveilige situaties, worden we de eerste 40 kilometer 17 keer aangehouden voor een politiecontrole. ‘To serve and protect with integrity' staat er op hun auto's te lezen.
Maar als gediplomeerd verpleegkundigen die, uiteraard vrijwillig, komen werken voor het Catholic Children's Hospital ergens in het zuiden van Afrika, worden we door iedereen met een brede glimlach ontvangen. Verkeers –en immigratiepolitie controleren slechts af en toe onze papieren maar krijgen geen genoeg van handjes schudden en casual talk.
En zo, geheel tegen de verwachting in, leren we de Nigerianen kennen als gastvrij en vriendelijk. Ze zijn alert, geëmancipeerd en intelligent. Nog niet eerder werd opgemerkt dat ik een andere achternaam draag dan Niels. Wanneer ze horen dat dat in Nederland heel gebruikelijk is voor getrouwde vrouwen, ontvangen we niets dan lof. Stukjes papier die los in de paspoorten zitten, worden aangezien voor briefgeld en er wordt gevraagd of we willen bevestigen dat er geen geld verdwenen is. We krijgen hulp bij het wisselen van Nigeriaanse Nairas, het vinden van een veilige plek om te parkeren en het uitstippelen van de beste route richting Kameroen. En iedereen zwaait uitbundig en roept ‘welcome!'.
Van alle keren dat we moeten stoppen, 65 keer in drie dagen, is er slechts een handjevol agenten dat vraagt om een cadeau. En, op één na, nemen ze genoegen met ons puriteinse aanbod om die avond te bidden voor de Nigerianen en voor de betreffende agent en zijn familie in het bijzonder. Na een steevast ‘safe journey' zwaaien ze ons na en roepen wij nog snel ‘bless you'!
Immoreel en verdorven, maar we hebben Nigeria overleefd... 

|