|
- 21 februari 2006 -
Wanneer we het klaslokaaltje van klas 3 binnenstappen, roept zuster Léa opgetogen ‘Bonjour mes enfants!'. Als bij toverslag springen de kinderen op van hun stoel en groeten in koor ‘Bonjouw madame!'.
We zijn in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, en bezoeken samen met zuster Léa, nationaal coördinator van het Liliane Fonds voor Burkina, Mali en Nigeria, een schooltje voor blinde kinderen.
Hier krijgen zo'n 40 kinderen speciaal onderwijs in rekenen, lezen en schrijven. In braille. Het lesgeld wordt door het Liliane Fonds betaald.
Het klasje dat we zojuist zijn binnengelopen krijgt rekenles. Met kroondopjes. De ruwe vormen van de cola- en bierflesdopjes zijn goed voelbaar voor de kinderhandjes en trots demonstreert een van de jongetjes hoe goed hij al kan rekenen. Staand naast zijn lessenaartje pakt hij vijf dopjes, laat ze nauwkeurig door z'n vingers gaan en zegt dan ‘cinq'. De leraar pakt vervolgens twee van de dopjes uit zijn opengevouwen handpalm en geeft ze hem terug in de andere hand. Deux. Cinq moins deux, il reste..? Direct antwoord hij, uit z'n hoofd, ‘trois' en na een aai over zijn bol van zuster Léa gaat hij breedlachend weer zitten. Het is een aandoenlijk tafereel en ondanks dat de andere kinderen niet kunnen zien hoe hij straalt, weet ik zeker dat ze het kunnen horen in zijn stem.
Het 1e klasje bestaat uit kinderen die nog onwennig in de schoolbanken zitten. Ze zijn een jaar of 5 à 6, niet gewend aan speciale aandacht en vriendjes of vriendinnetjes die dezelfde problemen ervaren als zij. Het eerste jaar leren ze het alfabet. Op elk lessenaartje ligt een stukje karton daarop het ABC in braille. En niet alleen de puntjes op het papier, ook de warmte die zuster Léa heeft voor ‘haar' kinderen heeft, is hier voelbaar.
Tot slot bezoeken we nog een klasje met kinderen die al bijna naar een gewone school kunnen. De leraar heeft, met een speciale typemachine, een verhaaltje getypt en één van de kinderen leest het voor. Met zijn linkerhand gaat hij over de puntjes in het papier en leest hardop voor wat er staat. De rest van de klas buigt zich vervolgens over eenzelfde soort papier en noteert, lees: prikt met een soort speld, wat er zojuist is opgelezen. Over het papier ligt een soort grid, waarbinnen ze per hokje één letter prikken.
Niet alleen leren deze kinderen lezen, schrijven en rekenen, maar ze leren ook te functioneren in een sociale context. Ze maken vriendjes, spelen met elkaar, bloeien op en worden gewaardeerd. Ze krijgen zelfvertrouwen en de kans om naar de middelbare school te gaan. Voor deze kinderen betekent naar school gaan daadwerkelijk de opstap naar een beter leven en een zelfstandige toekomst.
Maar handicaps zijn er in vele soorten en maten. Klompvoetjes, amputaties en polio, hoewel in mindere mate, komen nog veel voor. We brengen een bezoek aan een werkplaats voor prothesen en aangepaste driewielers. Met gips en eenvoudig gereedschap, hetzelfde dat bij ons in de schuur ligt, maken ze eerst een mal voor hand- en voetprothesen. Scharnieren om kniegewrichten na te bootsen zijn bijna niet verkrijgbaar en komen dus vaak uit Europa. Tweedehands, want prothesen worden bij ons elke twee jaar vervangen door nieuwe. Kunstvoeten en -handen van lokale makelij zijn zelden van dezelfde kwaliteit als bij ons en vanwege de duurzaamheid wordt daarom vaak gekozen voor de Europese, en dus blanke, variant. Creatief denken is geboden en donkerbruine panties of een verfbadje lossen dit probleem goedkoop en simpel op.
We ontmoeten een masseur annex fysiotherapeut die probeert de spieren van patiënten te versterken alvorens ze gebruik kunnen maken van de hand- of voetprothese, krijgen een kijkje in de keuken van mal naar functionerend kunstbeen, zien de verschillende soorten prothesen die beschikbaar zijn en maken wederom kennis met het grote hart dat zuster Léa heeft. Niet alleen de patiëntjes, ook de artsen en administratief personeel kunnen rekenen op haar hartelijkheid en dankbaarheid. Onderweg zwaaien de kinderen naar haar, ze stopt om te informeren naar hun schoolresultaten en is oprecht trots te horen dat ze goed hun best hebben gedaan op school.
Burkina Faso behoort tot een van de armste landen ter wereld, 45% van de bevolking leeft onder de armoedegrens, de kindersterfte is bijna 20% en slechts de helft van de mensen heeft toegang tot veilig drinkwater. Onvoldoende vaccinatieprogramma's, eenzijdige voeding en slechte hygiëne zijn debet aan het hoge aantal kinderen met een handicap. Maar alleen al in het afgelopen jaar heeft het Liliane Fonds hier meer dan 400 kinderen kunnen helpen. Op een persoonsgerichte en kleinschalige manier krijgen zij een kans op medische en sociale revalidatie.
Voor we begonnen aan deze reis kregen we vaak te horen dat het toch geen zin heeft, dat het een druppel op een gloeiende plaat is. Maar als je dat ene kind ziet opbloeien, die ene druppel ziet vallen, dan is dat meer dan de moeite waard...

PS. Met dank aan onze sponsors, die ook een groot hart hebben getoond
>> Foto's van de kinderen van het Liliane Fonds
|